arrow_back

ROMEINEN Textiel


Onder een bepantsering draagt elke soldaat een tunica. Oneerbiedig gezegd: een ruimvallende jurk die boven de knie eindigt. Elke burger en elke slaaf draagt ook een tunica. Net als alle vrouwen. De kleurrijke Romeinse tunica’s worden meestal gemaakt van wol en ook wel van linnen.

Het mooie van onderzoek naar historische zaken is dat de beeldvorming nogal eens wil veranderen. Bijvoorbeeld: van de Romeinen dragen een witte toga naar de Romeinen dragen een al dan niet gekleurde tunica. Zo’n tunica werd aanvankelijk op maat geweven en kwam min of meer kant en klaar van het weefgetouw.
In latere tijden werden lange lappen stof geweven. Deze werden in balen verscheept door het hele rijk. Beroemd was de kwaliteit van wollen stoffen uit Centraal-Europa, in de Romeinse tijd bekend als Pannonië en Noricum.

Nu zijn er verschillende natuurlijke materialen om textiel van te maken in de Romeinse periode. Veel gebruikt is schapenwol, maar er zijn ook gebieden waar vooral linnen, gemaakt van vlas, wordt gedragen. Daarnaast worden stoffen geweven van andere soorten wol en bijvoorbeeld van brandnetelvezels en zelfs Chinese zijde is bekend. En peperduur.

Romeinen houden van kleur. Zowel wol als linnen kan goed worden geverfd. De kleuren zijn sprekend: rood, blauw, groen, geel, het zijn allemaal natuurlijke kleuren. De schil van gewone uien geeft bijvoorbeeld een donkergele verfstof. Verschillende soorten korstmossen geven verschillende kleuren, onder meer rood, oranje, geel en bruin.
Uit de wedeplant wordt blauwe verf gemaakt. Van meekrap maak je rood. Beide planten komen van nature voor op de grens van Azië en Europa. De planten worden in de oudheid in Europa geïntroduceerd en tot de komst van synthetische kleurstoffen tijdens de Industriële Revolutie als blauw en rood gebruikt.
Het aardige van natuurlijke kleurstoffen is dat deze geen eenduidige kleur opleveren. Er is veel variatie in tinten. Met dezelfde kleurstof kan ook meerdere keren worden geverfd, waarbij de kleur elke keer lichter wordt.

Als je als rechtgeaarde soldaat een nieuwe tunica nodig had, of een ander kledingstuk natuurlijk, ging je het kampdorp in en dan kocht je die. Je kocht de stof en je liet een tunica maken. Ook heel gebruikelijk bij de Romeinen is tweedehands aankopen. Dan kon je voor een prikkie soms aan een hele mooie kwaliteit tunica komen.

Deel 23 van een serie artikelen over het Romeinse verleden van Alphen aan den Rijn.



Reacties