arrow_back

ROMEINEN Schoenen


Legionairs lopen in de eerste eeuw op soldatenlaarzen, de caligae. Deze worden door het leger betaald en de soldaten krijgen zelfs spijkergeld om de zolen te laten repareren. Dat belet de militairen overigens niet om ook in hun burgerleven op de 'kissies' rond te stampen. Burgerschoenen zijn er ook. Voor mannen, vrouwen en kinderen.

In het Alphense fort Albaniana zijn resten van schoenen uit de tweede helft van de eerste eeuw aangetroffen, waarschijnlijk van na de Bataafse Opstand (69-70). Het gaat om een aantal zolen met spijkers. Vier ervan zijn min of meer compleet, van vijf andere zijn grotere resten opgegraven. De meeste exemplaren hebben een volwassen mannenmaat. Twee ervan echter niet, deze zullen van vrouwen of kinderen zijn geweest.

Typisch Romeins zijn genagelde zolen, bekend van de caligae uit de eerste eeuw. Aan het begin van de tweede eeuw worden de caligae vervangen door dichte laarzen. De spijkerzolen blijven echter tot halverwege de vierde eeuw gewoon in gebruik, ook voor andere typen schoenen en laarzen dan die van de soldaten.

Het gebruik van binnen- en buitenzolen is heel Romeins. Vroege carbatinae, inheemse schoenen gemaakt uit een stuk leer, krijgen zelfs als ‘extra’ een genaaide zool. In een latere periode worden ook de carbatinae ‘geromaniseerd’ en worden ze een stuk eleganter.

Romeinse schoenen lijken op middeleeuwse en op moderne schoenen. Voor wat betreft de techniek van het maken althans. De modellen zijn typisch Romeins.

Kenmerkend Romeins is het gebruik van stiksel als versiering. In tegenstelling tot middeleeuwse exemplaren waarbij de naden worden weggewerkt, zijn naden juist goed zichtbaar bij Romeinse schoenen. Dat gaat zover dat ook de zijkanten van het leer op de bovenzijde van een schoen niet worden weggewerkt maar juist als versiering dienen.

In de noordelijke provincies is de schoenmode behoorlijk goed te volgen. Daarom zijn completere exemplaren geschikt om voor datering te gebruiken. Opvallend is ook, aldus deskundige Carol van Driel-Murray, dat elk model schoen een groot verspreidingsgebied kent.

De Romeinse militaire schoenmakers maken en repareren naast caligae ook burgerschoenen, voor mannen en vrouwen en kinderen. Als zo’n schoenmaker de militaire dienst verlaat, vestigt deze veteraan zich nogal eens in de handelsnederzetting bij het castellum. Dat is een van de redenen dat de Romeinse schoenmakerskunst zich gemakkelijk kan verspreiden en handhaven.

Ondanks de relatief gunstige omstandigheden zijn er in Albaniana weinig leerresten teruggevonden en dus ook weinig resten van schoenen, laat staan een gaaf exemplaar. Enerzijds omdat de afsnijdsels tijdens opgravingen vaak niet worden herkend en anderzijds wordt het leer van schoenen vaak hergebruikt.

Op de foto links tweede-eeuwse vrouwenschoenen (reconstructie Gelderse Roos) en rechts carbatinae met Romeinse buitenzool, deze worden zowel door mannen als door vrouwen gedragen.

Deel 69 van een serie artikelen over het Romeinse verleden van Alphen aan den Rijn.



Reacties