arrow_back

ROMEINEN Na de Bataafse Opstand


De Bataafse Opstand is in het jaar 70 vakkundig neergeslagen door keizer Vespasianus. De opstand heeft echter grote gevolgen voor de naar de Bataafse Julius Civilis overgelopen legioenen. Deze worden ontbonden. Toch duurt het niet lang of de Bataven zijn opnieuw trouwe bondgenoten.

Voordat de Bataafse Opstand uitbreekt is het geen enkel probleem om castella, zoals het grensfort Albaniana, en castra, zoals Noviomagus, te bemannen met lokale rekruten. Tijdens de Bataafse Opstand blijkt echter dat het de in het Romeinse leger getrainde Cananefaatse en Bataafse elite wel erg gemakkelijk de Romeinse krijgstactieken tegen andere Romeinse legioenen kan inzetten.

Daar zouden de bevelhebbers in deze periode, rond het Vierkeizerjaar, niet zo verbaasd over moeten zijn. Een eerdere grote opstand laat namelijk ook al zien wat een Romeinse militaire training kan uitrichten.
Zo heeft Arminius, leider van de Germaanse Opstand, net als Julius Civilis in het Romeinse leger gediend. Hij schopt het tot bevelhebber van een ruitereenheid en maakt deel uit van de equites, de Romeinse ridderstand. Maar hij is ook de zoon van het Germaanse Cheruskische stamhoofd Sigimer.

In het jaar 9 leidt Arminius een verbond van Cherusken, Chatti, Chauci, Bructeri, Sicambri, Marsi en Angrivarii naar een eclatante overwinning bij Kalkriese, ook wel bekend als de Slag in het Teutoburgerwoud. Maar liefst drie Romeinse legioenen zijn daar vakkundig in de pan gehakt. Niet in het minst omdat Arminius kans ziet om zijn kennis van de Romeinse krijgskunst tegen de Romeinen te gebruiken.

De Cananefaat Brinno en de Bataaf Julius Civilis zijn in het begin van de Bataafse Opstand minstens zo succesvol als Arminius zestig jaar eerder. Civilis slaagt er zelfs in om verschillende Romeinse legioenen achter zich te krijgen. Uiteindelijk loopt het met Civilis en zijn legioenen niet goed af. In 70 slaat de nieuwe keizer Vespasianus de opstand neer.

Legioen I Germania wordt ontbonden. Wegens overlopen naar Civilis worden ook III Macedonia, XV Primigenia en XVI Gallica ontbonden. En: voortaan worden er geen lokale rekruten meer als hulptroepen in hun eigen regio ingezet. Vandaar ook dat Legio X Gemina uit Spanje wordt opgetrommeld om het castra Noviomagus, het moderne Nijmegen, bij de Bataafse hoofdstad te bemannen.

De Bataven mogen na de opstand niet meer langs de Nedergermaanse Limes dienen. Zij zijn ook hun positie in Rome binnen de lijfwacht van de keizer, de Praetoriaanse Garde, kwijt. Al lijkt het er wel op dat zij een deel van hun privileges snel terugkrijgen.

De Bataven worden onder meer gestationeerd in Vindolanda bij de Muur van Hadrianus in Britannia. De daar gevonden tabletten zijn grotendeels tussen de jaren 92 en 103 geschreven. Veel van de correspondentie is afkomstig van Flavius Cerialis, de prefect van het negende cohort van de Bataven.

Deel 74 van een serie artikelen over het Romeinse verleden van Alphen aan den Rijn.



Reacties