arrow_back

ROMEINEN Legioenen


Het Romeinse keizerlijke leger is heel goed georganiseerd. De structuur lijkt erg op die van een modern leger, beide zijn een staand leger van beroepsmilitairen. Tussen het Romeinse leger en het moderne na-middeleeuwse leger zitten vele eeuwen waarin een beroepsleger niet bestaat.

De totstandkoming van een Romeins beroepsleger ging geleidelijk en is pas voltooid tijdens het bewind van de eerste keizer Augustus rond het begin van onze jaartelling. Het leger heeft op haar hoogtepunt een omvang van ongeveer 300.000 man.

De legionairs doen dienst in legioenen met een omvang van 5000 tot 8000 man. Een legioen is verdeeld in cohorten van ongeveer 500 man. Een cohort is verdeeld in centuria, 80 soldaten plus hun officieren per centurie. De kleinste eenheid is die van acht soldaten in een contubernum.

In de legioenen dienen vooral infanteristen. Daarnaast neemt de cavalerie een belangrijke plaats is. In bepaalde streken zijn ook eenheden gelegerd van de classis, de marine.
De legionairs zijn in eerste instantie Romeinse burgers. Al snel echter wordt dienen in het Romeinse leger ook een kans op Romeins burgerschap, een van de beloningen aan het einde van de 25 jaar dienst.

Soldaten die door de bondgenoten van de Romeinen worden geleverd, zitten in een cohort van auxiliari oftewel hulptroepen. Sommige van deze cohorten zijn specialisten, bijvoorbeeld de Syrische boogschutters. Onder keizer Augustus gaan de auxiliari steeds meer lijken op het reguliere beroepsleger. Het grote verschil is dat zij als grootste eenheid het cohort kennen en niet een legioen.

Het Romeinse Albaniana functioneert in de keizertijd van 41 tot ongeveer 270. Het castellum is groot genoeg om een cohort onder te brengen, dus ongeveer 500 legionairs. Er zijn zes barakken met elk onderkomens voor een centurie. Daarnaast is op de kop van elke barak ruimte voor de onderofficieren en officieren en een woning voor de centurio. In het castellum is ook een hoofdkwartier, een commandantswoning, een fabrica en een horreum (graanopslag).

De cohorten in Albaniana zijn auxiliari. Desondanks zijn zij in uitrusting en bewapening niet te onderscheiden van de 'echte' Romeinen. Voor de Bataafse Opstand zaten in Albaniana waarschijnlijk veel lokale rekruten: Cananefaten, Bataven en Friezen. Van 70 tot 120 is Cohors VI Breucorum hier gelegerd, afkomstig uit het Donaugebied.

Deel 73 van een serie artikelen over het Romeinse verleden van Alphen aan den Rijn.



Reacties